{
  "version": 3,
  "sources": ["ssg:https://framerusercontent.com/modules/n6ssAtFMCUPV7EHIl1hn/PLWfL4a7fIxMrETBLW7V/um9Mqfx4Z-2.js"],
  "sourcesContent": ["import{jsx as e,jsxs as n}from\"react/jsx-runtime\";import*as r from\"react\";export const richText=/*#__PURE__*/e(r.Fragment,{children:/*#__PURE__*/n(\"p\",{children:[\"Ouders van zeer vroeggeboren baby\u2019s zijn na thuiskomst uit het ziekenhuis vaak onzeker en hebben veel vragen, bijvoorbeeld over het slapen van hun baby. Ze zoeken online naar informatie, maar deze is vaak niet specifiek genoeg voor hun situatie.\",/*#__PURE__*/e(\"br\",{}),/*#__PURE__*/e(\"br\",{}),\"Zo\u2019n 80% van deze ouders volgt het TOP-programma, waarin zij een jaar lang begeleid worden door een TOP-kinderfysiotherapeut. Ondanks de ondersteuning van de TOP-kinderfysiotherapeut willen ouders ook zelf betrouwbare informatie over vroeggeboorte kunnen vinden, zodat ze minder afhankelijk zijn van de beschikbaarheid van zorgprofessionals.\",/*#__PURE__*/e(\"br\",{}),/*#__PURE__*/e(\"br\",{}),\"Daarom is een informatieapp ontwikkeld (e-TOP) en onderzocht op bruikbaarheid. Ouders met zeer of matig vroeggeboren baby\u2019s waren tevreden over de app en vonden deze goed te gebruiken. Aan dit onderzoek deden echter weinig ouders met lage gezondheidsvaardigheden mee. Deze ouders hebben meer moeite om informatie over gezondheid en zorg te vinden, te begrijpen en toe te passen.\",/*#__PURE__*/e(\"br\",{}),/*#__PURE__*/e(\"br\",{}),\"Het doel van dit nieuwe onderzoek is daarom om te bekijken hoe de app geschikt gemaakt kan worden voor ouders met lage gezondheidsvaardigheden. Vijftien ouders met lage gezondheidsvaardigheden die deelnemen aan het TOP-programma zullen de app zes weken gebruiken. We verzamelen gegevens over hun appgebruik en nemen vragenlijsten en interviews af over hun ervaringen met de app.\",/*#__PURE__*/e(\"br\",{}),/*#__PURE__*/e(\"br\",{}),\"Op basis van de resultaten maken we een lijst met aanpassingen om de app beter te maken voor deze ouders. Toegang tot begrijpelijke informatie kan hun zelfvertrouwen vergroten en hen helpen beter te zorgen voor hun baby, wat de gezondheid en ontwikkeling van hun vroeggeboren baby's ten goede komt.\"]})});export const richText1=/*#__PURE__*/e(r.Fragment,{children:/*#__PURE__*/n(\"p\",{children:[\"In Nederland worden 16% van de kinderen te vroeg of te klein voor hun zwangerschapsduur geboren (small-for-gestational-age; SGA). Deze kinderen hebben onder andere een grotere kans op chronische ziektes zoals suikerziekte, hart- en vaatziekten, schizofrenie en obesitas later in het leven. Vroegtijdige signalering en inzet van passende zorg kan uitkomsten verbeteren, gezondheidsverschillen verkleinen en geeft niet alleen individueel maar ook maatschappelijk grote winst.\",/*#__PURE__*/e(\"br\",{}),/*#__PURE__*/e(\"br\",{}),\"Ons onderzoek richt zich op het aanpakken van deze ongelijkheden door gebruik te maken van Big Data en machine-learning om een voorspellingsmodel voor kleine baby\u2019s (SGA) te ontwikkelen. Dit model kijkt zowel naar medische als sociaaleconomische kenmerken. We bouwen voort op eerdere studies waarin medische en sociaaleconomische kenmerken zijn samengevoegd om voorspellingen te doen over vroeggeboorte. Met ons nieuwe model willen we vroegtijdig risicogroepen identificeren, zodat gerichte hulp kan worden geboden.\",/*#__PURE__*/e(\"br\",{}),/*#__PURE__*/e(\"br\",{}),\"We vinden het belangrijk om zorgvuldig met deze gegevens om te gaan en ervoor te zorgen dat ons onderzoek bijdraagt aan een eerlijker zorgsysteem. Dit zal leiden tot betere behandelresultaten en een gelijkere toegang tot zorg voor alle kinderen, ongeacht hun achtergrond. Door slimme vernieuwingen toe te passen, werken wij aan een gezondere toekomst voor alle kinderen en een gezondere samenleving!\"]})});export const richText2=/*#__PURE__*/e(r.Fragment,{children:/*#__PURE__*/n(\"p\",{children:[\"De geboortezorg staat gigantisch onder druk, \\xf3\\xf3k in Nederland. Een veelgebruikte strategie van beleidsmakers om de druk onder ogen te komen, is om ziekenhuizen samen te brengen onder \\xe9\\xe9n kap. Het idee hierachter is dat meer pati\\xebnten per jaar helpen (een hoger volume) zorgt voor effici\\xebntere zorg. Dit idee komt overgewaaid uit het veld van hoog-risico chirurgie, waar dit al meer onomstreden is. Maar het is nog maar de vraag of hoger volume de geboortezorg vooruit zal helpen.\",/*#__PURE__*/e(\"br\",{}),\"\\xa0\",/*#__PURE__*/e(\"br\",{}),\"Ondanks dat het bewijs hiervoor ontbreekt, zijn er afgelopen tijd in veel ziekenhuizen afdelingen verloskunde en neonatologie al samen gegaan, of zelfs ontbonden. In Amsterdam alleen al is het Slotervaart ziekenhuis gesloten, zijn de twee academische centra gefuseerd, en heeft het OLVG de geboortezorg op de twee locaties heen en weer gebracht. V\\xf3\\xf3rdat de strategie van hoger volume verhoging standaard beleid wordt, moeten we dus weten wat de gevolgen hiervan zijn voor moeder en kind. Bovendien moeten we weten wat voor gevolgen deze reorganisaties hebben op gezondheidsverschillen, bijvoorbeeld omdat kansarmere zwangere nu langer moeten reizen om naar het ziekenhuis te komen.\",/*#__PURE__*/e(\"br\",{}),\"\\xa0\",/*#__PURE__*/e(\"br\",{}),\"McMAMA zal gebruik maken van moderne analysemethoden om rondom verschillende reorganisaties van geboortezorg uitkomsten te vergelijken. Ging noodzakelijke zorg nog wel door? Hoe veranderde de uitkomsten voor de moeder? En hoe voor het kind? Hoe pakten deze veranderingen uit voor groepen met verschillende socioeconomische status? Door deze vragen te beantwoorden zullen we beleidsmakers kunnen helpen eerlijk en effectief beleid te maken om onze geboortezorg draaiende te houden.\"]})});export const richText3=/*#__PURE__*/e(r.Fragment,{children:/*#__PURE__*/n(\"p\",{children:[\"Prematuur geboren kinderen die worden opgenomen op een neonatale intensive care unit (NICU) hebben een nog onderontwikkeld immuunsysteem en zijn daardoor kwetsbaar voor bacteri\\xeble infecties (bloedvergiftiging, medische term: sepsis).\",/*#__PURE__*/e(\"br\",{}),/*#__PURE__*/e(\"br\",{}),\"De symptomen van een bloedvergiftiging of sepsis zijn echter niet specifiek. Helaas komt sepsis regelmatig voor. Toch worden door het moeilijk herkennen van deze serieuze aandoening enerzijds sommige kinderen te laat behandeld en anderzijds heel veel kinderen uit voorzorg behandeld met antibiotica terwijl er uiteindelijk g\\xe9\\xe9n sprake blijkt te zijn van een sepsis.\",/*#__PURE__*/e(\"br\",{}),/*#__PURE__*/e(\"br\",{}),\"We moeten dus beter worden in het vroeg detecteren van sepsis. Daarom zijn we op zoek naar nieuwe snel te meten stoffen in het bloed (biomarkers). Bart wil graag weten of een sepsis ook in een vroeg stadium met een snelle \u2018bedside\u2019 test kan worden aangetoond. Hiermee hoopt hij het antibioticagebruik op de NICU te kunnen optimaliseren, met snelle behandeling van kinderen met een sepsis en beperken of voorkomen van onnodig gebruik bij kinderen zonder sepsis. \\xa0\"]})});export const richText4=/*#__PURE__*/e(r.Fragment,{children:/*#__PURE__*/n(\"p\",{children:[\"De cardiovasculaire transitie (aanpassing van de bloedomloop) na de geboorte verloopt doorgaans probleemloos. Echter, deze transitie kan verstoord zijn in diverse hoog risico groepen na geboorte, zoals premature pasgeborene.\",/*#__PURE__*/e(\"br\",{}),/*#__PURE__*/e(\"br\",{}),\"Een cruciaal gebied om de cardiovasculaire transitie na de geboorte te beoordelen betreft de verandering in bloedstroom op het niveau van foetale shunts, zoals het foramen ovale. Desondanks zijn de hemodynamische veranderingen van deze shunts direct na de geboorte tot op heden nog niet onderzocht. Het doel van het onderzoek van Jesse is om de hemodynamica van de bloedstroom door het foramen ovale (FO) direct na de geboorte te onderzoeken en te beoordelen hoe dit wordt be\\xefnvloed door ademhaling en het moment van afnavelen.\\xa0\",/*#__PURE__*/e(\"br\",{}),/*#__PURE__*/e(\"br\",{}),\"Met het onderzoek hoopt Jesse en zijn team inzicht te geven in de cardiovasculaire veranderingen die optreden bij pasgeborenen tijdens hun transitiefase, wat mogelijk kan bijdragen aan het bepalen van het optimale moment voor afnavelen na de geboorte. Dit kan leiden tot betere behandelstrategie\\xebn in de neonatale periode, wat met name belangrijk is voor te vroeg geboren baby's.\\xa0\"]})});export const richText5=/*#__PURE__*/e(r.Fragment,{children:/*#__PURE__*/n(\"p\",{children:[\"De basis voor levenslange gezondheid wordt al deels voor de geboorte gelegd. Een ongunstige omgeving in de baarmoeder kan nadelige effecten hebben voor de ontwikkeling van belangrijke organen, zoals de hersenen. Foetale groeirestrictie (FGR) wordt gezien als zo\u2019n ongunstige omgeving, waarin een baby achterblijft in de groei tijdens de zwangerschap en vervolgens te klein wordt geboren.\",/*#__PURE__*/e(\"br\",{}),/*#__PURE__*/e(\"br\",{}),\"Helaas is het huidige onderzoek naar de hersenontwikkeling na FGR zeer beperkt. Bovendien wordt er in beschikbare studies geen rekening gehouden met andere factoren die van invloed zijn op de hersenontwikkeling in het vroege leven, zoals genetische factoren, sociaal economische status en zwangerschapscomplicaties. In een studiepopulatie van monochoriale tweelingen worden deze verstorende factoren vanzelf ge\\xeblimineerd.\",/*#__PURE__*/e(\"br\",{}),/*#__PURE__*/e(\"br\",{}),\"Monochoriale tweelingen zijn genetisch identiek, maar kunnen zeer verschillende omstandigheden meemaken in de baarmoeder wanneer hun placenta ongelijk verdeeld is. Hierdoor heeft \\xe9\\xe9n kind een veel kleiner deel om voedingsstoffen uit te halen ten opzichte van het andere kind. Tijdens de zwangerschap ontstaat er dan ook een grote groeidiscrepantie, genaamd selectieve groeivertraging. Dit \u2018natuurlijke experiment\u2019 stelt ons in staat om de hersenontwikkeling van een groei-vertraagd kind te vergelijken met die van een genetisch identieke, normaal gegroeide tweelingbroer/zus uit dezelfde zwangerschap en met dezelfde ouderlijke factoren.\",/*#__PURE__*/e(\"br\",{}),/*#__PURE__*/e(\"br\",{}),\"Met behulp van een echo van de hersenen direct na geboorte, een MRI op de uitgerekende datum en lange-termijn ontwikkelingsonderzoek kunnen we het effect van FGR op de structurele en functionele hersenontwikkeling blootleggen en begrijpen hoe dit zich vertaalt in levenslange ontwikkelingsstoornissen. Dit wil Sophie met haar team samen gaan doen met ondersteuning vanuit Strong Babies.\"]})});export const richText6=/*#__PURE__*/e(r.Fragment,{children:/*#__PURE__*/n(\"p\",{children:[\"Klimaatverandering gaat gepaard met toenemende blootstelling aan extreme omgevingstemperaturen. Deze temperatuurextremen geven een verhoogde kans op slechte zwangerschapsuitkomsten waaronder vroeggeboorte. Deze risico\u2019s zijn oneerlijk verdeeld en dragen bij aan reeds bestaande maatschappelijke gezondheidsverschillen in het jonge leven. Temperatuurswisselingen hangen in sterke mate samen met luchtvervuiling en de impact van beide wordt mede bepaald door de directe woonomstandigheden van de zwangere.\",/*#__PURE__*/e(\"br\",{}),/*#__PURE__*/e(\"br\",{}),\"In eerder onderzoek onder 2,5 miljoen Nederlandse zwangerschappen lieten we zien dat temperatuurextremen gepaard gaan met meer vroeggeboorte, met name bij zwangeren in achterstandssituaties. In vervolgonderzoek willen we nu in meer detail kijken wat de relatie is tussen deze temperatuurextremen, luchtvervuiling, en woonomstandigheden in het be\\xefnvloeden van vroeggeboorterisico. Daarbij willen we bestuderen in hoeverre deze samenhang verschilt afhankelijk van de sociaaleconomische situatie waarin mensen leven.\",/*#__PURE__*/e(\"br\",{}),/*#__PURE__*/e(\"br\",{}),\"In de regio Rotterdam-Rijnmond is zeer gedetailleerde informatie beschikbaar over omgevingstemperatuur (inclusief stedelijke hitte-eilanden) en luchtkwaliteit. Deze gegevens koppelen we aan individuele data van Perined en CBS over zwangerschappen tussen 2010 en 2020. Via complexe statistische modellen onderzoeken we de relaties zoals beschreven. Door beter te begrijpen hoe temperatuur, luchtvervuiling en woonomstandigheden samenhangen met vroeggeboorte afhankelijk van de sociaaleconomische achtergrond van mensen, kunnen we samen met beleidsmakers nadenken over hoe deze effecten kunnen worden aangepakt. Op die manier hopen we vroeggeboorte en gezondheidsverschillen in het jonge leven in de toekomst verder terug te dringen.\"]})});export const richText7=/*#__PURE__*/e(r.Fragment,{children:/*#__PURE__*/n(\"p\",{children:[\"Bij veel te vroeg geboren baby's kunnen de bacteri\\xebn in de darmen mogelijk invloed hebben op hoe bepaalde genen in de darm aan- of uitgezet worden. Een van de mechanismen die meewerkt aan het aan- en uitzetten van genen heet DNA methylatie. Het aanzetten van genen die ontstekingen bevorderen, kan later bijvoorbeeld leiden tot darmziektes, zoals necrotiserende enterocolitis (NEC). NEC is een ernstige ontstekingsziekte van de darmen die kan leiden tot beschadiging of afsterven van de darm. NEC is de belangrijkste doodsoorzaak van veel te vroeg geboren kinderen. Daarom willen onderzoekers in deze studie kijken of er een verband is tussen de bacteri\\xebn in de darm en de regulatie van genen bij gezonde te vroeg geboren baby's en bij baby's die NEC ontwikkelen.\",/*#__PURE__*/e(\"br\",{}),/*#__PURE__*/e(\"br\",{}),\"De vroeggeboren baby\u2019s die meedoen aan deze studie zijn geboren na minder dan 30 weken zwangerschap. Ongeveer 10% van deze baby's ontwikkelt NEC. Tijdens hun opname in het ziekenhuis wordt twee keer per week de bacteriesamenstelling in de ontlasting onderzocht. Daarnaast wordt het lichaamseigen DNA uit de darmcellen in de ontlasting ge\\xefsoleerd en wordt de DNA-methylatie bepaald. Dit gebeurt kort na de geboorte en enkele weken later, om te kijken of er veranderingen optreden tijdens de opname.\",/*#__PURE__*/e(\"br\",{}),/*#__PURE__*/e(\"br\",{}),\"De onderzoekers verwachten dat dit onderzoek meer inzicht geeft in de effecten van een afwijkende bacteriesamenstelling bij te vroeg geborenen. Deze kennis kan helpen bij het bereiken van een optimale bacteriesamenstelling in de darm, om zo ziektes zoals NEC te voorkomen.\"]})});export const richText8=/*#__PURE__*/e(r.Fragment,{children:/*#__PURE__*/n(\"p\",{children:[\"Foetale groeivertraging (FGR) is een aandoening waarbij de groei van het ongeboren kind tijdens de zwangerschap onvoldoende is. Wat kan leiden tot ernstige complicaties zoals vroeggeboorte, laag geboortegewicht en neonatale sterfte. In de placenta is hypoxie, of zuurstoftekort, ge\\xefdentificeerd als een belangrijke factor in het ontstaan van FGR. De onderliggende mechanismen van placentale hypoxie en de relatie tot FGR zijn echter nog niet volledig begrepen. Ook kunnen we momenteel niet detecteren of er sprake is van zuurstoftekort in de placenta tijdens de zwangerschap.\",/*#__PURE__*/e(\"br\",{}),/*#__PURE__*/e(\"br\",{}),\"Dit onderzoeksvoorstel heeft als doel de moleculaire netwerken die zuurstoftekort in de placenta reguleren te onderzoeken en hoe deze bijdragen aan FGR. Daarvoor worden in het lab gegroeide mini placenta\u2019s onderworpen aan lage zuurstofspanningen. Zo willen de onderzoekers placenta hypoxie-responsieve netwerken in kaart brengen met behulp van een methode die de aansturing van genetische factoren kan uitlezen. Ook wordt de uitscheiding van hypoxie-gerelateerde factoren door de mini placenta\u2019s gemeten met behulp van eiwitbepalingen. Vervolgens worden deze bevindingen gevalideerd in placenta weefsel en bloed van zwangerschappen met FGR.\",/*#__PURE__*/e(\"br\",{}),/*#__PURE__*/e(\"br\",{}),\"De resultaten van deze studie bieden naar verwachting uitgebreide inzichten in moleculaire mechanismen die ten grondslag liggen aan placentale hypoxie in zowel gezonde als gecompliceerde placenta's. De identificatie van hypoxie-gerelateerde veranderingen in genexpressie, epigenetische markeringen of uitgescheiden factoren kan leiden tot informatie die kan bijdragen aan de ontwikkeling van effectieve diagnostische strategie\\xebn om vroegtijdig zuurstoftekort in de placenta te detecteren en zwangerschappen met een vergroot risico op FGR en vroeggeboorte beter te monitoren.\\xa0\"]})});export const richText9=/*#__PURE__*/e(r.Fragment,{children:/*#__PURE__*/e(\"p\",{children:\"Bij (dreigende) extreme vroeggeboorte is de geschatte prognose van groot belang voor zowel ouders, kinderen als zorgverleners. Onder andere op basis van deze prognose maken ouders samen met zorgverleners een behandelkeuze. Factoren met een grote invloed op de prognose zijn bijvoorbeeld zwangerschapsduur, geboortegewicht, geslacht en longrijpingsmedicatie. Een andere factor die vaak benoemd wordt in de wetenschappelijke literatuur is ras en/of etniciteit. Onderzoek toont aan dat er een associatie zou kunnen zijn tussen ras/etniciteit en morbiditeit of mortaliteit bij de allerkleinsten. Volgens recent onderzoek zouden zwarte kinderen bijvoorbeeld minder kans hebben om te sterven op de NICU dan witte kinderen, maar zouden witte kinderen dan weer een kleinere kans hebben om opnieuw te moeten worden opgenomen. Het is echter niet altijd duidelijk hoe onderzoekers het concept ras/etniciteit ge\\xefnterpreteerd hebben, en waarom ze gekozen hebben voor bepaalde onderverdelingen binnen die categorie\\xebn. Het vergelijken van internationale literatuur wordt daardoor erg complex, hetgeen het geven van duidelijke informatie aan ouders ernstig bemoeilijkt. Het project van Lien stelt zich daarom de vraag of het \u2013 op basis van de beschikbare wetenschappelijke literatuur \u2013 ethisch verantwoord is om ras/etniciteit als prognostische factor in rekening te nemen, en te bespreken tijdens prenatale counselingsgesprekken. Het doel van het bespreken van prognostische factoren is het optimaliseren van de zorg en de besluitvorming bij (dreigende) extreme vroeggeboorte. Gebaseerd op wat we nu weten over ras/etniciteit en de invloed daarvan op perinatale uitkomsten, doen we er als zorgverleners goed aan om deze factor mee te nemen en zo ja, hoe moeten we dat dan doen?\"})});export const richText10=/*#__PURE__*/e(r.Fragment,{children:/*#__PURE__*/n(\"p\",{children:[\"De zwangerschap vormt een bijzondere situatie voor het afweersysteem van moeder en kind. Omdat het kind deels uit genetisch materiaal van de vader bestaat, kan het door het afweersysteem van de moeder als \u2018lichaamsvreemd\u2019 worden gezien. Het afweersysteem van de moeder en het kind moeten zich daarom aanpassen om ervoor te zorgen dat het kind niet wordt afgestoten. Dit is belangrijk voor een voldragen zwangerschap waarin het kind goed kan groeien. Verschillende zwangerschapsaandoeningen zoals bijvoorbeeld zwangerschapsvergiftiging, een te klein kind, een miskraam of een kind dat te vroeg geboren wordt, lijken deels te kunnen worden verklaard door een verkeerde aanpassing van de afweer van moeder en kind. Van vroeggeboortes weten we dat er een ontstekingsreactie plaatsvindt in de moederkoek die er mogelijk voor zorgt dat de bevalling te vroeg op gang komt, maar hoe dit precies werkt is nog niet bekend.\\xa0\",/*#__PURE__*/e(\"br\",{}),/*#__PURE__*/e(\"br\",{}),\"Met haar onderzoek wil Romy hier uitgebreider naar kijken door de afweercellen van moeder en kind die zich in de moederkoek bevinden beter in kaart te brengen. Hiervoor heeft haar onderzoeksteam na de bevalling weefsel van de moederkoek verzameld van gezonde zwangerschappen en vroeggeboortes. Met een nieuwe onderzoekstechniek (Image Mass Cytometry) kan Romy een gedetailleerde afbeelding maken van de moederkoek om hiermee de functie van de moederkoek en de afweercellen van moeder en kind te bestuderen. Het doel van haar onderzoek is om te kunnen ontdekken waar in het afweersysteem de afwijkingen zich precies bevinden. Ze hoopt hiermee ook aanknopingspunten te vinden voor mogelijke behandelingen voor het voorkomen van vroeggeboortes. \\xa0\"]})});export const richText11=/*#__PURE__*/e(r.Fragment,{children:/*#__PURE__*/n(\"p\",{children:[\"In Europa en Amerika werkt ongeveer 19% van de beroepsbevolking gedurende de nacht. In bepaalde sectoren, zoals in de gezondheidszorg, is het werken van ploegendiensten noodzakelijk. Voornamelijk nachtwerk lijkt ons dag-nachtritme te verstoren. Eerder onderzoek liet zien dat vrouwen die nachts werken of vaak trans Atlantisch reizen een verstoorde menstruele cyclus hebben. Circadiane verstoring kan leiden tot reproductieve problemen, dit kan deels worden verklaard door lage melatonine levels. Melatonine speelt een belangrijke rol bij het functioneren van de placenta. Eerdere onderzoeken naar nachtwerk en vroeggeboorte laten tegenstrijdige resultaten zien, welke gedeeltelijk kunnen worden verklaard door methodologische limitaties. Het doel van het onderzoek van Henri\\xebtte is te onderzoeken of het werken van nachtdiensten de kans op vroeggeboorte vergroot.\",/*#__PURE__*/e(\"br\",{}),/*#__PURE__*/e(\"br\",{}),/*#__PURE__*/n(\"strong\",{children:[\"Dit project is in 2024 afgerond\",/*#__PURE__*/e(\"br\",{})]}),/*#__PURE__*/e(\"br\",{}),\"Bij het onderzoeken of het werken van nachtdiensten de kans op vroeggeboorte vergroot, is ook onderzocht welke andere risicofactoren vroeggeboorte kunnen voorspellen. De onderzoeksgroep waar Henri\\xebtte deel vanuit maakt, heeft voor dit onderzoek gebruik gemaakt van een landelijk prospectief cohort onderzoek. Welke opgezet is in 2011 en waaraan 60.000 vrouwelijke verpleegkundigen tussen de 18-65 jaar meededen. Door middel van vragenlijsten zijn zwangerschappen en nachtwerk gedurende hun gehele werkzame leven teruggevraagd. Verschillende aspecten van nachtwerk zijn onderzocht, zoals de duur, intensiteit, cumulatief aantal diensten en frequentie. Daarnaast bevat de studie uitgebreide informatie over verschillende leefstijlfactoren en andere risicofactoren, zoals bijvoorbeeld gewicht, roken, fysieke activiteit, diverse aandoeningen, beroepsmatige blootstellingen, aantal miskramen (zwangerschapsduur van <24 weken) en chronotype.\",/*#__PURE__*/e(\"br\",{}),/*#__PURE__*/e(\"br\",{}),\"In deze studie is nu alleen gekeken naar de zwangerschap voor het eerste geboren kind, om het risico op verstoring van de resultaten (bijvoorbeeld doordat vrouwen stoppen met nachtwerk na het doormaken van een eerdere vroeggeboorte) te verkleinen. In het totaal hebben 44.408 vrouwen een (eerste) kind gekregen, hiervan heeft 7,2% een vroeggeboorte gehad (3.197 kinderen). Binnen vroeggeboortes (zwangerschapsduur van <37 weken) is onderscheid gemaakt tussen extreem tot zeer prematuur (zwangerschapsduur tussen de 24 en 32 weken) en matig tot laat prematuur (zwangerschapsduur tussen de 33 en 37 weken). In het totaal waren er 383 extreem tot zeer prematuur geboren kinderen en 2.814 matig tot laat prematuur geboren kinderen. Ongeveer 29% van de deelnemers heeft nachtdiensten gedraaid tijdens het jaar van de zwangerschap. Onder de vrouwen die voor de geboorte van hun eerste kind \u2019s nachts hebben gewerkt, werd 7.8% van de kinderen te vroeg geboren. Onder de vrouwen die niet \u2019s nachts hebben gewerkt was dit 7,2%.\",/*#__PURE__*/e(\"br\",{}),/*#__PURE__*/e(\"br\",{}),\"De eerste resultaten laten zien dat er geen duidelijk verhoogd risico is op vroeggeboorte bij vrouwen die in het jaar van, of het jaar voorafgaand aan hun eerste zwangerschap nachtwerk deden vergeleken met vrouwen die in die jaren geen nachtwerk deden. Hierbij is rekening gehouden met andere mogelijke risicofactoren voor het hebben van een vroeggeboorte, zoals bijvoorbeeld een tweeling zwangerschappen, ooit een IVF behandeling ondergaan, eerdere miskramen, leeftijd van de moeder en ziektegeschiedenis van de moeder.\"]})});export const richText12=/*#__PURE__*/e(r.Fragment,{children:/*#__PURE__*/n(\"p\",{children:[\"Preventieve maatregelen en behandeling van zwangerschapsvergiftiging zijn het meest effectief wanneer er al in de preconceptionele periode (de periode vanaf ongeveer 14 weken voor het zwanger worden) of in het eerste trimester mee wordt gestart. Helaas zijn er geen gevalideerde methoden om zwangerschapsvergiftiging zo vroeg in de zwangerschap op te sporen. De onderzoeksgroep Periconceptie Epidemiologie waarvan Eline deel uitmaakt heeft met behulp van 3D echografie en geavanceerde beeldbewerkings-technieken een nieuwe methode ontwikkeld om de ontwikkeling van het vaatnetwerk tussen de placenta en baarmoeder in het eerste trimester van de zwangerschap te bestuderen. Deze methode kan van toegevoegde waarde zijn om zwangerschappen met verhoogd risico op zwangerschapsvergiftiging vroeg in de zwangerschap op te sporen. Met behulp van biomarkers (PlGF, sFlt-1, sEng) bepaald in het bloed van de moeder heeft Eline deze beeldvormingstechniek gevalideerd in dit onderzoeksproject.\",/*#__PURE__*/e(\"br\",{}),/*#__PURE__*/e(\"br\",{}),/*#__PURE__*/n(\"strong\",{children:[\"Dit project is in 2023 afgerond.\",/*#__PURE__*/e(\"br\",{})]}),/*#__PURE__*/e(\"br\",{}),\"Net als bij zwangerschapsvergiftiging en groeibeperking worden veel gevallen van spontane vroeggeboorte veroorzaakt door problemen van de placenta (moederkoek). Voor een gezonde werking van de placenta is het belangrijk dat in het begin van de zwangerschap een goed vaatnetwerk tussen de baarmoeder en de placenta wordt gevormd. Om problemen van de placenta al vroeger tijdens de zwangerschap op te kunnen sporen, is het nodig om het vaatnetwerk in het begin van de zwangerschap te kunnen beoordelen. Daarom heeft de onderzoeksgroep Periconceptie Epidemiologie van de afdeling Verloskunde en Gynaecologie van het Erasmus MC, waar Eline deel van uit maakt, met behulp van 3D echografie en geavanceerde beeldbewerkingstechnieken het nieuwe utero-placentaire vaatskelet (uPVS) ontwikkeld. Met dit uPVS kunnen de onderzoekers het vaatnetwerk tussen de baarmoeder en placenta al tussen 7 en 11 weken zwangerschap in beeld brengen. Met behulp van de Strong Babies Grant heeft de onderzoeksgroep onderzocht hoe het uPVS samenhangt met biomarkers (PlGF, sFlt-1, sEng) in het bloed van de moeder die betrokken zijn bij ontwikkeling van de placenta en vaatstructuren. Deze samenhang wordt bevestigd in hun onderzoek. De onderzoeksresultaten laten zien dat \u2018hoe meer \u2018placenta-groei factor\u2019 in het bloed van de moeder, hoe groter en uitgebreider het vaatnetwerk dat werd gemeten met het uPVS\u2019. Deze resultaten geven nieuwe inzichten in het ontstaan van vroeggeboorte en andere placenta-problemen. Bovendien ondersteunen deze resultaten dat het uPVS een goede methode is om de vorming van het vaatnetwerk tussen de baarmoeder en placenta te bekijken. In de toekomst willen onderzoekers het uPVS gebruiken om te begrijpen waarom en bij wie de vaatontwikkeling verstoord is om vroeggeboorte al vroeg in de zwangerschap te ontdekken.\"]})});export const richText13=/*#__PURE__*/e(r.Fragment,{children:/*#__PURE__*/e(\"p\",{children:\"Bij moeders met een verhoogd risico op vroeggeboorte wordt er routinematig een behandeling met corticostero\\xefden gegeven om de foetale longrijping te bevorderen. Indien er echt sprake is van een vroeggeboorte zal dit de uitkomsten voor de pasgeborene verbeteren. Het huidige behandelingsschema van corticostero\\xefden is echter gebaseerd op oude onderzoeken en houdt geen rekening met factoren die de beschikbaarheid van de medicatie in het lichaam van moeder kunnen be\\xefnvloeden en hierdoor dus ook de beschikbaarheid voor de foetus. In een \u201Cproof of principle\u201D-studie heeft het team waar Emma deel van uitmaakt aangetoond dat de beschikbaarheid van corticostero\\xefden in het bloed van moeders met pre-eclampsie 2 x zo langzaam verdwijnt (dus langer hogere concentraties in bloed) als in moeders zonder pre-eclampsie. Met haar onderzoek wil Emma nagaan hoe pre-eclampsie de eigenschappen van opname, beschikbaarheid en afbraak van cortistero\\xefden veranderd, omdat dit de effectiviteit van de behandeling (foetale longrijpingstherapie) kan be\\xefnvloeden en tot overbehandeling (te hoge concentraties) kan leiden.\"})});export const richText14=/*#__PURE__*/e(r.Fragment,{children:/*#__PURE__*/e(\"p\",{children:\"DNA en RNA kunnen vrijkomen uit beschadigde of afgestorven cellen. Via de bloedbaan kan het immuunsysteem geactiveerd worden met behulp van specifieke cel receptoren op immuun cellen (TLR\u2019s). Tijdens de zwangerschap vinden er veel veranderingen plaats in het immuunsysteem van de moeder om de placenta en foetus met succes te laten ontwikkelen. Normaal gesproken circuleert tijdens de zwangerschap een grotere hoeveelheid DNA in het bloed van de moeder, waarschijnlijk als gevolg van de groeiende foetus en placenta. Pre-eclampsie is een zwangerschapsstoornis waarbij een verhoogde ontstekingsreactie en oxidatieve stress plaatsvindt en dit is een belangrijke oorzaak van maternale en foetale sterfte. Bij pre-eclampsie is de hoeveelheid circulerend DNA hoger dan normaal. Dit suggereert dat activering van TLR's op cellen van de moeder en foetus mogelijk betrokken zijn bij de placentaire veranderingen en de ontwikkeling van pre-eclampsie. In zijn onderzoek wil Louis we de rol van circulerend DNA-RNA in de ontwikkeling van pre-eclampsie onderzoeken. Zijn onderzoeksgroep veronderstelt dat veranderd (geoxideerd) en vrij circulerend DNA-RNA een impact kan hebben op de activering van TLR\u2019s op immuun cellen en trofoblastcellen, die cruciaal zijn voor de ontwikkeling van de placenta. In pre-eclampsie zou deze activatie van TLR\u2019s kunnen leiden tot een verminderde trofoblastinvasie en remodellering van de spiraalslagader, die beide belangrijk zijn voor de ontwikkeling van de placenta.\"})});\nexport const __FramerMetadata__ = {\"exports\":{\"richText11\":{\"type\":\"variable\",\"annotations\":{\"framerContractVersion\":\"1\"}},\"richText4\":{\"type\":\"variable\",\"annotations\":{\"framerContractVersion\":\"1\"}},\"richText13\":{\"type\":\"variable\",\"annotations\":{\"framerContractVersion\":\"1\"}},\"richText2\":{\"type\":\"variable\",\"annotations\":{\"framerContractVersion\":\"1\"}},\"richText10\":{\"type\":\"variable\",\"annotations\":{\"framerContractVersion\":\"1\"}},\"richText6\":{\"type\":\"variable\",\"annotations\":{\"framerContractVersion\":\"1\"}},\"richText5\":{\"type\":\"variable\",\"annotations\":{\"framerContractVersion\":\"1\"}},\"richText7\":{\"type\":\"variable\",\"annotations\":{\"framerContractVersion\":\"1\"}},\"richText8\":{\"type\":\"variable\",\"annotations\":{\"framerContractVersion\":\"1\"}},\"richText\":{\"type\":\"variable\",\"annotations\":{\"framerContractVersion\":\"1\"}},\"richText1\":{\"type\":\"variable\",\"annotations\":{\"framerContractVersion\":\"1\"}},\"richText9\":{\"type\":\"variable\",\"annotations\":{\"framerContractVersion\":\"1\"}},\"richText3\":{\"type\":\"variable\",\"annotations\":{\"framerContractVersion\":\"1\"}},\"richText12\":{\"type\":\"variable\",\"annotations\":{\"framerContractVersion\":\"1\"}},\"richText14\":{\"type\":\"variable\",\"annotations\":{\"framerContractVersion\":\"1\"}},\"__FramerMetadata__\":{\"type\":\"variable\"}}}"],
  "mappings": "oFAAiF,IAAMA,EAAsBC,EAAIC,EAAS,CAAC,SAAsBC,EAAE,IAAI,CAAC,SAAS,CAAC,6PAAqQF,EAAE,KAAK,CAAC,CAAC,EAAeA,EAAE,KAAK,CAAC,CAAC,EAAE,6VAAqWA,EAAE,KAAK,CAAC,CAAC,EAAeA,EAAE,KAAK,CAAC,CAAC,EAAE,kYAA0YA,EAAE,KAAK,CAAC,CAAC,EAAeA,EAAE,KAAK,CAAC,CAAC,EAAE,6XAA0YA,EAAE,KAAK,CAAC,CAAC,EAAeA,EAAE,KAAK,CAAC,CAAC,EAAE,4SAA4S,CAAC,CAAC,CAAC,CAAC,EAAeG,EAAuBH,EAAIC,EAAS,CAAC,SAAsBC,EAAE,IAAI,CAAC,SAAS,CAAC,4dAAyeF,EAAE,KAAK,CAAC,CAAC,EAAeA,EAAE,KAAK,CAAC,CAAC,EAAE,2gBAAmhBA,EAAE,KAAK,CAAC,CAAC,EAAeA,EAAE,KAAK,CAAC,CAAC,EAAE,iZAAiZ,CAAC,CAAC,CAAC,CAAC,EAAeI,EAAuBJ,EAAIC,EAAS,CAAC,SAAsBC,EAAE,IAAI,CAAC,SAAS,CAAC,ofAAigBF,EAAE,KAAK,CAAC,CAAC,EAAE,OAAoBA,EAAE,KAAK,CAAC,CAAC,EAAE,krBAA+rBA,EAAE,KAAK,CAAC,CAAC,EAAE,OAAoBA,EAAE,KAAK,CAAC,CAAC,EAAE,keAAke,CAAC,CAAC,CAAC,CAAC,EAAeK,EAAuBL,EAAIC,EAAS,CAAC,SAAsBC,EAAE,IAAI,CAAC,SAAS,CAAC,+OAA4PF,EAAE,KAAK,CAAC,CAAC,EAAeA,EAAE,KAAK,CAAC,CAAC,EAAE,sXAAmYA,EAAE,KAAK,CAAC,CAAC,EAAeA,EAAE,KAAK,CAAC,CAAC,EAAE,6dAAmd,CAAC,CAAC,CAAC,CAAC,EAAeM,EAAuBN,EAAIC,EAAS,CAAC,SAAsBC,EAAE,IAAI,CAAC,SAAS,CAAC,mOAAgPF,EAAE,KAAK,CAAC,CAAC,EAAeA,EAAE,KAAK,CAAC,CAAC,EAAE,yhBAAsiBA,EAAE,KAAK,CAAC,CAAC,EAAeA,EAAE,KAAK,CAAC,CAAC,EAAE,oYAAoY,CAAC,CAAC,CAAC,CAAC,EAAeO,EAAuBP,EAAIC,EAAS,CAAC,SAAsBC,EAAE,IAAI,CAAC,SAAS,CAAC,2YAAmZF,EAAE,KAAK,CAAC,CAAC,EAAeA,EAAE,KAAK,CAAC,CAAC,EAAE,2aAAwbA,EAAE,KAAK,CAAC,CAAC,EAAeA,EAAE,KAAK,CAAC,CAAC,EAAE,gpBAAmpBA,EAAE,KAAK,CAAC,CAAC,EAAeA,EAAE,KAAK,CAAC,CAAC,EAAE,oYAAoY,CAAC,CAAC,CAAC,CAAC,EAAeQ,EAAuBR,EAAIC,EAAS,CAAC,SAAsBC,EAAE,IAAI,CAAC,SAAS,CAAC,+fAAugBF,EAAE,KAAK,CAAC,CAAC,EAAeA,EAAE,KAAK,CAAC,CAAC,EAAE,ugBAAohBA,EAAE,KAAK,CAAC,CAAC,EAAeA,EAAE,KAAK,CAAC,CAAC,EAAE,6tBAA6tB,CAAC,CAAC,CAAC,CAAC,EAAeS,EAAuBT,EAAIC,EAAS,CAAC,SAAsBC,EAAE,IAAI,CAAC,SAAS,CAAC,owBAAixBF,EAAE,KAAK,CAAC,CAAC,EAAeA,EAAE,KAAK,CAAC,CAAC,EAAE,4fAAogBA,EAAE,KAAK,CAAC,CAAC,EAAeA,EAAE,KAAK,CAAC,CAAC,EAAE,kRAAkR,CAAC,CAAC,CAAC,CAAC,EAAeU,EAAuBV,EAAIC,EAAS,CAAC,SAAsBC,EAAE,IAAI,CAAC,SAAS,CAAC,qkBAAklBF,EAAE,KAAK,CAAC,CAAC,EAAeA,EAAE,KAAK,CAAC,CAAC,EAAE,6oBAAgpBA,EAAE,KAAK,CAAC,CAAC,EAAeA,EAAE,KAAK,CAAC,CAAC,EAAE,ukBAAukB,CAAC,CAAC,CAAC,CAAC,EAAeW,EAAuBX,EAAIC,EAAS,CAAC,SAAsBD,EAAE,IAAI,CAAC,SAAS,ovDAA0uD,CAAC,CAAC,CAAC,EAAeY,EAAwBZ,EAAIC,EAAS,CAAC,SAAsBC,EAAE,IAAI,CAAC,SAAS,CAAC,i6BAAo6BF,EAAE,KAAK,CAAC,CAAC,EAAeA,EAAE,KAAK,CAAC,CAAC,EAAE,4uBAA4uB,CAAC,CAAC,CAAC,CAAC,EAAea,EAAwBb,EAAIC,EAAS,CAAC,SAAsBC,EAAE,IAAI,CAAC,SAAS,CAAC,s2BAAm3BF,EAAE,KAAK,CAAC,CAAC,EAAeA,EAAE,KAAK,CAAC,CAAC,EAAeE,EAAE,SAAS,CAAC,SAAS,CAAC,kCAA+CF,EAAE,KAAK,CAAC,CAAC,CAAC,CAAC,CAAC,EAAeA,EAAE,KAAK,CAAC,CAAC,EAAE,86BAA27BA,EAAE,KAAK,CAAC,CAAC,EAAeA,EAAE,KAAK,CAAC,CAAC,EAAE,ugCAA0gCA,EAAE,KAAK,CAAC,CAAC,EAAeA,EAAE,KAAK,CAAC,CAAC,EAAE,0gBAA0gB,CAAC,CAAC,CAAC,CAAC,EAAec,EAAwBd,EAAIC,EAAS,CAAC,SAAsBC,EAAE,IAAI,CAAC,SAAS,CAAC,09BAAu+BF,EAAE,KAAK,CAAC,CAAC,EAAeA,EAAE,KAAK,CAAC,CAAC,EAAeE,EAAE,SAAS,CAAC,SAAS,CAAC,mCAAgDF,EAAE,KAAK,CAAC,CAAC,CAAC,CAAC,CAAC,EAAeA,EAAE,KAAK,CAAC,CAAC,EAAE,gzDAA4xD,CAAC,CAAC,CAAC,CAAC,EAAee,EAAwBf,EAAIC,EAAS,CAAC,SAAsBD,EAAE,IAAI,CAAC,SAAS,4mCAAkmC,CAAC,CAAC,CAAC,EAAegB,EAAwBhB,EAAIC,EAAS,CAAC,SAAsBD,EAAE,IAAI,CAAC,SAAS,k+CAAm9C,CAAC,CAAC,CAAC,EAC174BiB,EAAqB,CAAC,QAAU,CAAC,WAAa,CAAC,KAAO,WAAW,YAAc,CAAC,sBAAwB,GAAG,CAAC,EAAE,UAAY,CAAC,KAAO,WAAW,YAAc,CAAC,sBAAwB,GAAG,CAAC,EAAE,WAAa,CAAC,KAAO,WAAW,YAAc,CAAC,sBAAwB,GAAG,CAAC,EAAE,UAAY,CAAC,KAAO,WAAW,YAAc,CAAC,sBAAwB,GAAG,CAAC,EAAE,WAAa,CAAC,KAAO,WAAW,YAAc,CAAC,sBAAwB,GAAG,CAAC,EAAE,UAAY,CAAC,KAAO,WAAW,YAAc,CAAC,sBAAwB,GAAG,CAAC,EAAE,UAAY,CAAC,KAAO,WAAW,YAAc,CAAC,sBAAwB,GAAG,CAAC,EAAE,UAAY,CAAC,KAAO,WAAW,YAAc,CAAC,sBAAwB,GAAG,CAAC,EAAE,UAAY,CAAC,KAAO,WAAW,YAAc,CAAC,sBAAwB,GAAG,CAAC,EAAE,SAAW,CAAC,KAAO,WAAW,YAAc,CAAC,sBAAwB,GAAG,CAAC,EAAE,UAAY,CAAC,KAAO,WAAW,YAAc,CAAC,sBAAwB,GAAG,CAAC,EAAE,UAAY,CAAC,KAAO,WAAW,YAAc,CAAC,sBAAwB,GAAG,CAAC,EAAE,UAAY,CAAC,KAAO,WAAW,YAAc,CAAC,sBAAwB,GAAG,CAAC,EAAE,WAAa,CAAC,KAAO,WAAW,YAAc,CAAC,sBAAwB,GAAG,CAAC,EAAE,WAAa,CAAC,KAAO,WAAW,YAAc,CAAC,sBAAwB,GAAG,CAAC,EAAE,mBAAqB,CAAC,KAAO,UAAU,CAAC,CAAC",
  "names": ["richText", "p", "x", "u", "richText1", "richText2", "richText3", "richText4", "richText5", "richText6", "richText7", "richText8", "richText9", "richText10", "richText11", "richText12", "richText13", "richText14", "__FramerMetadata__"]
}
